Smaller Font Default Font Larger Font

Permanentie


24h/24h  -  7dagen op 7
TEL: 011/43.26.01

  • header4.jpg
  • header3.jpg
  • header2.jpg

U bent hier:

Brachycefaal Obstructief Syndroom

Luchtwegobstructie bij kortsnuitigen oftewel brachycephaal (kortsnuitig) obstructief syndroom (BOS) bij de hond is een gevolg van de selectie naar een steeds kortere snuit. Wat opvallend is aan deze kortsnuitige rassen is met name dat de neus als het ware ingedrukt is. Echter binnen deze zelfde neus, moeten wel alle anatomische structuren zoals de tong, het gehemelte, de tanden enz. hun plek vinden. Er is dus veel minder plaats voor deze structuren dan bij een normale hond. Naast deze anatomische gebreken ten gevolge van ruimtegebrek blijken deze dieren ook vaker nog eens last te hebben van een te nauwe luchtpijp waardoor de ademhaling nog meer wordt belemmerd.

Typische rassen met dit probleem zijn de Engelse bulldog, Franse bulldog, mopshond en pekinees. De bemoeilijkte ademhaling is vooral het gevolg van te nauwe neusgaten en een te lang zacht gehemelte. Deze bemoeilijkte ademhaling zorgt voor een onderdruk in de neus en keel waardoor de luchtwegen geleidelijk aan steeds nauwer en nauwer worden. BOS kan uiteindelijk leiden tot een levensgevaarlijke keelcollaps (larynxcollaps). Een vroegtijdige operatie is om deze reden aangewezen.

Het brachycephaal obstructief syndroom komt ook voor bij de kortsnuitige kat (bijvoorbeeld Persische kat en Britse korthaar). In de hierop volgende tekst zal alles besproken worden uitgaande van BOS bij de hond ook al komt dit vrijwel volledig overeen met BOS bij de kat.

Symptomen

  • Fel 'snurken' tijdens de ademhaling;
  • Weinig uithoudingsvermogen;
  • Braken of kokhalzen;
  • Hoesten;
  • Flauwvallen.

Bevindingen

  • Vernauwde neusgaten

Vergeleken met normaal gebouwde honden hebben de kortsnuitige rassen vaak veel te nauwe neusgaten (stenotische neusgaten). Dit maakt het voor deze honden moeilijker om door de neus te ademen (met eens snuivende ademhaling als gevolg).


  • Verlengd zacht gehemelte

Het gehemelte (bestaande uit een hard deel en een zacht deel) vormt de afscheiding van de neusholte en de mondholte/keel. Een verlengd zacht gehemelte eindigt te ver naar achteren in de keel van de hond en valt hierdoor voor de ingang van het strottenhoofd (zie afbeeldingen). Hierdoor wordt de luchtstroom naar de longen belemmerd. Een verlengd zacht gehemelte geeft de typische snurkende ademhaling van deze honden.

  • Uitpuilende laryngeale zakjes 

De laryngeale zakjes bevinden zich vlak voor de stembanden. Eversie van de laryngeale zakjes of uitpuilende laryngeale zakjes zijn het gevolg van de onderdruk veroorzaakt door de vernauwde neusgaten en een verlengd zacht gehemelte. Doordat de zakjes naar binnen toe in het strottenhoofd uitpuilen raakt het strottenhoofd meer vernauwd wat zorgt voor een nog moeilijkere ademhaling. Door tijdig de neusgaten en het zachte gehemelte te corrigeren kan het uitpuilen van de zakjes voorkomen worden.

  • Larynxcollaps

Door een jarenlange onderdruk in de larynx (strottenhoofd) verliest het kraakbeen zijn stevigheid en hierdoor kan de larynx plots inklappen (collaps). Dit is een levensbedreigende situatie en in dit stadium heeft een correctie van de neusgaten en het zachte gehemelte geen zin meer. In dit geval kan er een blijvende opening in de luchtpijp gemaakt worden (tracheostomie). Een larynxcollaps kan in ernstige gevallen al plaatsvinden bij honden van 2 jaar oud.

 

Behandeling

  • Medicatie

Behandeling met medicatie wordt vooral toegepast bij honden met plotse ernstige ademhalingsmoeilijkheden met als doel ze te stabiliseren om vervolgens te opereren. In dit geval zijn kalmeermiddelen, ontstekingsremmers en zuurstof belangrijk. Ook het afkoelen van de spoedpatiënt in de zomer kan levensreddend zijn. Medicamenten zullen de onderliggende luchtwegafwijkingen uiteraard niet corrigeren. Daarom blijft chirurgie de voorkeursbehandeling voor een patiënt met BOS.

  • Gewichtsreductie

Wanneer de hond overgewicht heeft zal deze nog meer moeite hebben met ademhalen. Bovendien wordt het narcose risico groter bij een patiënt met overgewicht. Het is dus van groot belang dat de patiënt een ideaal gewicht heeft.

  • Chirurgie

Als voorbeeldpatiënt nemen we 'Teun' de Franse Bulldog van 9 maanden oud. Teun had een fel snurkend geluid tijdens de ademhaling en was snel uitgeput tijdens activiteiten.

Teun werd volledig onder narcose gebracht voor de ingreep. Via inhalatieanesthesie werd hij de hele tijd onder narcose gehouden. Zowel tijdens als postoperatief werd een infuus toegediend. Nadat Teun klaargelegd werd op de operatietafel, werden er extra inspuitingen rond en in de neus alsook in de keel ingebracht met lokale verdoving.

De manier waarop Teun op de operatietafel ligt kan wat vreemd lijken maar doordat we zijn hoektanden op de ketting kunnen hangen, kunnen we zijn mond verder opensperren en krijgen we een beter zicht van de neus en keel tijdens de operatie.

 

Eerst worden de neusgaten groter gemaakt.

Dit doen we door een klein stukje van de neusvleugels te verwijderen alsook in de neus de neusgangen te verbreden. Daarna wordt de insnede terug aan elkaar gehecht.

                         Voor                                                         Na

Na de neuscorrectie worden er wattenpropjes in de neus ingebracht om eventuele bloedingen te stelpen.

 

Na de neuscorrectie, wordt het verlengd verhemelte ingekort.

Op afbeelding (a) is duidelijk het lange verhemelte te zien. Het belemmerd de luchtpijp waardoor de ademhaling bemoeilijkt wordt. Na de ingreep (b) zal het te lange gedeelte weggehaald zijn waardoor de ademhaling terug optimaal en geluidloos zal verlopen.

Als de ingreep voorbij is wordt Teun nog een tijdje onder narcose gehouden. Het is van groot belang dat er geen bloedingen in de keel of neus ontstaan. Als er geen bloedingen optreden of als de ontstane bloedingen gestelpt zijn, wordt Teun van de inhalatieanesthesie gehaald en in de hospitalisatie gelegd.

Vaak kunnen de patiënten wat panikeren als ze merken dat er iets in hun keel is gebeurd. Vanzelfsprekend is het dat deze patiënten absoluut niet mogen panikeren omdat hun ademhaling dan zal versnellen en er terug bloedingen of zwellingen kunnen optreden. Er blijft dus altijd een dierenarts of assistent bij Teun totdat hij wakker is en een normale ademhaling heeft.

 

Ondertussen is Teun al op controle geweest. Zowel hij als zijn baasjes zijn heel tevreden met het resultaat!

 

 

 

Heeft u vragen bij deze aandoending of denkt u dat uw hond of kat hier last van heeft? Aarzel dan niet ons te contacteren!Wij staan u graag te woord.

011/43.26.01

 

 

 

 

 

Dr. Tom Frederix

Dr. Tom Frederix

Eventuele tekst.

Dr. Willem Coenen

Dr. Willem Coenen

Eventuele tekst.

Dr. Gerry Frans

Dr. Gerry Frans

Eventuele tekst.