Smaller Font Default Font Larger Font

Permanentie


24h/24h  -  7dagen op 7
TEL: 011/43.26.01

  • header3.jpg
  • header4.jpg
  • header2.jpg

U bent hier:

Nieuws

Sterilisatie bij de hond

Vooraleer we wat meer informatie gaan geven over het steriliseren van honden, geven we wat uitleg over de loopsheid bij de hond:

Loopsheid

Als je jouw hond niet steriliseert wordt de teef ongeveer een à twee keer per jaar een periode loops. In deze periode is de teef vruchtbaar en verliest zij bloed. De ene teef zal meer bloed verliezen dan de andere.

Tijdens de loopsheid kunnen teven van gedrag veranderen, zo kan de teef loom en flauw worden. Als de teef nog niet klaar is om gedekt te worden kan zij fel reageren tegenover andere honden en als ze er wel klaar voor is zal zij zich aanbieden aan andere honden.

Dit gedrag levert hondeneigenaren nu en dan problemen op omdat de hond tijdens deze periode soms minder goed luistert. Tevens bestaat de kans dat je last van reuen krijgt als je tijdens de loopsheid in gebieden loopt waar veel honden komen.

Indien je teef loops is kun je dus het best in gebieden lopen waar honden niet los mogen. Zo voorkom je dat er loslopende reuen op je teef afkomen.

Schijnzwangerschap

In de periode na de loopsheid is het mogelijk dat je teef schijnzwanger raakt. Hierbij verandert wederom het gedrag van de hond. De teef gaat nestgedrag vertonen en kan voorwerpen naar haar eigen plek gaan slepen.

De melkklieren van de hond kunnen tijdens de schijnzwangerschap ook opgezet worden en melk geven. Dit verdwijnt na verloop van tijd vanzelf weer.

Tijdens de schijnzwangerschap kan de teef loom en flauw blijven net zoals bij haar loopsheid. Het kan tevens voorkomen dat de teef slechter eet. Wanneer de schijnzwangerschap voorbij is zal de teef vanzelf haar oude gedrag weer vertonen.

Indien een teef telkens na haar loopsheid schijnzwanger wordt, is de kans groot dat zij op een latere leeftijd een baarmoederontsteking of melkkliertumoren krijgt. Best raden wij dan ook aan om in deze gevallen de teef te steriliseren.

Waarom laten we een hond steriliseren?

Tijdens de loopsheid wordt een teef op een gegeven moment vruchtbaar en heeft zij de drang om te paren. Nu hoeft dit niet een reden te zijn om een hond te laten steriliseren. Hedendaags heeft de mens dit tenslotte toch in de hand en zal het niet snel voorkomen dat een teef gedekt wordt.

Desalniettemin zijn er toch nog genoeg medische voordelen te behalen door een teef te laten steriliseren. Wanneer je een hond steriliseert verminder je namelijk onder andere de kans op melkkliertumoren, suikerziekte en baarmoederontsteking.

De voordelen van een sterilisatie:

* Geen ongewenste dekking

* Geen loopsheid

* Geen schijndracht

* Geen kans op baarmoederontsteking

* Minder kans op suikerziekte

* Geen ongewenst gedrag

* Minder kans op melkkliertumoren.

Het steriliseren van een hond wordt best voor de eerste loopsheid gedaan, rond de leeftijd van 6 maanden.

Voorzorgsmaatregelen

Wij raden aan het dier 12 uur vóór de operatie te laten vasten. Dit betekent dat het dier de avond ervoor nog mag eten tot 21 uur. Nadien moet het eten worden weggenomen. Drinken mag wel! De reden voor het vasten is dat het dier door de verdoving zou kunnen braken. Hierdoor bestaat de kans op verslikking, met een longontsteking tot gevolg.

De operatie

De operatie zelf duurt ongeveer een 20 tot 30 minuten. Bij jonge dieren worden vaak enkel de eileiders afgebonden en verwijderd terwijl bij oudere honden ook de baarmoeder weggehaald wordt.

Vanaf 9 u worden de patiënten bij ons opgenomen. De eerste kalmeringsspuit wordt in het bijzijn van de eigenaar gegeven zodat de hond meer op haar gemak is. Rond 12 uur mogen jullie ons contacteren om te vragen of alles goed is verlopen en vanaf 17u mag de hond terug worden afgehaald.

De volgende dag mogen jullie bij ons op controle komen zodat we de wonde en algemene toestand van de patiënt kunnen controleren en na 10 dagen mogen de draadjes verwijdert worden.

 

 

 

 

 

Castratie bij de hond en kat

Het castreren van een hond of kater is een ingreep die vaak bij ons wordt uitgevoerd. De ingreep zelf wordt onder volledige narcose uitgevoerd en duurt ongeveer een kwartier bij de hond en 10 minuutjes bij de kat. De castratie wordt doorgaans op een leeftijd van 6 maanden uitgevoerd, maar kan ook vroeger of later gedaan worden.

We geven enkele voor-en nadelen die een castratie met zich meegeeft:

* Voordelen:

- Dominant gedrag verminderen: na een castratie gaan de geslachtshormonen in het bloed afnemen waardoor de hond makkelijker handelbaar wordt. Al geeft dit geen garantie, vaak spelen hier ook andere factoren een rol zoals het karakter van de hond, zijn verleden en zijn opvoeding.

- Verminderd territoriumgedrag: de hond of kat zal zijn territorium minder afbakenen

- Onvruchtbaar

- Verminderde kans op prostaatproblemen, tumoren, voorhuidontsteking en perineale breuken

- Hyperseksueel gedrag verdwijnt: de hond en kater zullen minder snel weglopen en minder interesse tonen naar teefjes en katinnen.

*  Nadelen:

- Bij bepaalde rassen kan de vachtstructuur veranderen

- Meer kans op overgewicht: Na een castratie zal het metabolisme trager werken waardoor de hond minder voer moet opnemen om aan zijn energiebehoeften te voldoen. Best raden wij aan om dezelfde dag van de castratie om 30% minder voer te geven of over te schakelen op een energiearm dieet.

Let op!! Na het weghalen van de testikels kan de hond/kat nog 6 weken vruchtbaar zijn. Dit komt doordat het geslachtshormoon niet meteen uit het bloed zal verdwijnen maar geleidelijk zal afnemen!!

 

 

 


 

 

 

Tandproblemen bij honden

Een parodontale aandoening is de meest voorkomende ziekte bij honden en katten. Vier op vijf honden, ouder dan 3 jaar, vertonen symptomen van dergelijke aandoening.

Van kleins af aan wordt ons meegegeven dat het dagelijks poetsen van onze tanden zeer belangrijk is. Dit is voor onze honden en katten niet anders! We worden dagelijks geconfronteerd met patiënten die last hebben van hun gebit. In eerste instantie lijkt dit niet zo zorgwekkend maar wist u dat honden met een uitermate slecht gebit hartproblemen kunnen krijgen?

Om onze baasjes wat verder te helpen en een idee te geven over de toestand van hun hond zijn/haar gebit, geven we wat praktische informatie over de verschillende stadia van tandproblemen bij honden.

Verschillende stadia van parodontitis

Enkele sleutelbegrippen:

  • Tandplak: Dit is een vuil-witte, kleverige opstapeling op het tandoppervlak, bestaande uit voedseldeeltjes, bacteriën en bacteriële producten. Tandplak is de fundamentele oorzaak van parodontale aandoeningen en andere orale aandoeningen, maar kan gemakkelijk van de tanden gehaald worden door poetsen.
  • Tandsteen: Tandsteen ontstaat wanneer speeksel en vocht, dat hoge concentraties aan mineralen bevat, de tandplak doen verkalken. Tandstee, dat een ruw poreus oppervlak heeft en op zijn beurt nieuwe tandplak bevordert, wordt gevormd in minder dan 48 uren na de aanzet van tandplak. Helaas kan tandsteen enkel verwijderd worden door middel van een mechanische detartratie bij de dierenarts.
  • Parodontium: Deze weefsels zijn de ondersteunende structuren van de tanden en bestaan uit het tandvlees, het alveolair bot, het tandcement en het parodontale ligament.
  • Gingivitis: Gingivitis is een ontsteking van het tandvlees zonder enig verlies van aanhechting. Het wordt veroorzaakt door tandplak langs de rand van het tandvlees en tandsulcus en kan voorkomen worden door een goede tandhygiëne. Het is de aanleiding voor het ontstaan van parodontitis, hoewel het er niet per definitie in overgaat. Gingivitis is de enige parodontale aandoening die volledig omkeerbaar is.
  • Parodontitis: Dit is een progressieve ontsteking en vernietiging van de parodontale weefsels, die leidt tot verlies van tandwortelaanhechting. De tand zal hierdoor meer beweeglijk worden en uiteindelijk tot een definitief verlies ervan.
  • Furcatie: Is de plaats in de kaak waar de wortel van een tand met meer dan 1 wortels splitsen. De furcatie is bedekt door alveolair been. Bij parodontitis wordt het bot geresorbeerd en zakt het niveau van het been.

Eerste onderzoek voor de behandeling

Dit is een typisch beeld welke we krijgen bij een hond ouder dan 3 jaar voor de behandeling.

Wat is er op de foto te zien?

  • rood, gezwollen tandvlees (gingivitis)
  • snel bloedend tandvlees
  • matige opbouw van tandsteen
  • stinkende adem

Als er in dit stadium niets gedaan wordt, gaat het tandplak zich omvormen tot tandsteen. Tandsteen zorgt daarna voor een ruw oppervlak waarop tandplak nog makkelijker kan ontwikkelen.

Na de behandeling

Na het verwijderen van het tandsteen en het polijsten van de tanden, krijgen we volgend beeld:

 

Wat is er op de foto te zien?

  • terugtrekkend tandvlees waardoor het wortelcement te zien is (a)
  • beginnend verschijnen van de furcatie bij een tand met meerdere wortels ( b)
  • parodontale diepte van 4 mm bij de onderste kies (c)

 --> De hier aanwezige veranderingen zijn onomkeerbaar. Tandsteen verwijderen en polijsten zal nooit kunnen zorgen dat het tandvlees terug vasthecht.

Typisch beeld voor een hond zonder parodontale behandeling of preventieve zorgen thuis

Voor de behandeling:

 Wat is er te zien op de foto?

  • Duidelijke gingivitis
  • zichtbaar terug getrokken tandvlees
  • matige opstapeling van tandsteen

Na de behandeling:

Wat is er te zien op de foto?

  • duidelijk merkbaar terug getrokken tandvlees
  • zichtbaar worden van de furcatie graad 3 (a en b)
  • pocket met 6 mm diepte bij de onderste kies (c)

--> Door het ontbreken van een parodontale behandeling en een gepaste vervolgbehandeling thuis, verliest het tandvlees zijn aanhechting steeds verder. Dit is een vicieuze cirkel zonder ingreep.

9-12 maanden later: Via radiografie komt de volle omvang van de ziekte aan het licht!

Wat is er te zien op de foto?

  • horizontaal botverlies (a)
  • verticaal botverlies (b)

--> zonder radiografie kunnen de wortels en alveolair bot niet voldoende beoordeeld worden.

--> de volle omvang wordt vaak onderschat.

Op lange termijn wanneer er geen enkele behandeling werd uitgevoerd

 

Wat zien we op de foto?

  • erge gingivitis en ulceraties
  • zware opbouw van tandsteen
  • ontbreken van tanden (die reeds zijn uitgevallen)
  • loszittende tanden
  • extreme halitose (mondgeur)

--> Het niet regelmatig uitvoeren van parodontale behandelingen en/of preventieve zorgen thuis, resulteert uiteindelijk in verlies van tanden; ook moet de algemene gezondheid en het welzijn van het dier in acht genomen worden.

--> Vergevorderde parodontitis zorgt voor pijn en erge ongemakken, maar ook andere organen kunnen ernstig aangetast worden!

Wat kunnen we thuis doen?

Het is natuurlijk makkelijk gezegd om de tanden van de hond met een tandenborstel te poetsen maar helaas laten maar weinig honden dit graag doen. Daarom geven we nog enkele andere tips om de tanden preventief te verzorgen:

  • Geef zo lang mogelijk droge brokken: Droge brokken moeten doorgebeten worden door de hond. Hierdoor zal de brok langs de tand schuren en wat tandplak verwijderen. Verder bevat droogvoer niet zoveel vocht dan natvoer, hierdoor bestaat er minder kans dat het vocht aan de tand blijft kleven. Er bestaat ook speciale voeding voor honden en katten met een verhoogde kans op tandproblemen.

  • Geef je hond kauwstrips: Op de meeste kauwstrips zit een bepaald enzymatisch poeder wat door in contact te komen met speeksel, zich gaat omvormen in een tandpasta. Het voordeel is dat honden deze kauwstrips heel goed accepteren en er een tijdje mee bezig zijn.

  • Orozyme Bucco Fresh: Dit is een poeder wat over het eten kan gestrooid worden. Door het aanwezige zeewierextract, zal de slechtere adem van de hond merkbaar verminderen en heeft tandplak minder kans om zich aan de tand te hechten.

  • Dental croq's: Dental croq's hebben dezelfde werking al het bovenvermelde poeder, alleen zijn ze nu als snoepje gemaakt. Je kan ze doorheen de dag geven als beloning of enkele brokjes ervan bij het voer mengen.

  • speeltjes: Er bestaan verschillende speeltjes die kunnen helpen om tandplak te verminderen. Deze speeltjes bevatten verschillende inkepingen en uitstulpingen die bij het spelen langs de tanden schuren. Een extra voordeel hierbij is de mogelijkheid om hondentandpasta in de inkepingen in te brengen.

Heeft u nog verdere vragen over tandproblemen bij uw huisdier of de mogelijke behandelingen, aarzel dan niet om ons te contacteren!

 

 

 

 

 

( informatie gehaald uit European Veterinary Dental Society)

Preventie tegen de ziekte van Lyme

De ziekte van Lyme wordt veroorzaakt door de bacterie Borrelia. Deze wordt voornamelijk overgebracht door teken, die voorkomen in heel Europa. De teek heeft na aanhechting 24-48h nodig om de bacterie over te brengen. Vanaf dan loopt uw hond aldus het risico om de ziekte van Lyme te ontwikkelen. Geïnfecteerde honden kunnen last hebben van vermoeidheid, slechte eetlust en koorts gevolgd door intermitterende kreupelheid met stijve bewegingen en gezwollen gewrichten. Ook zenuwstoornissen, hart- en nierproblemen kunnen in een later stadium voorkomen. De symptomen treden gemiddeld pas na 2 tot 5 maanden na besmetting op en veel geïnfecteerde honden tonen zelfs helemaal geen ziekteverschijnselen.

Door deze moeilijke diagnosestelling, maar ook moeilijke behandeling van deze ziekte blijft preventie van zeer groot belang!

Volgende tips kunnen ter preventie meegegeven worden:

  • Vermijd van maart tot oktober teekrijke gebieden, zoals bossen en plekken met hoog gras.
  • Controleer uw hond dagelijks op teken en verwijder eventueel aanwezige teken meteen! Het is daarbij belangrijk dat u de juiste techniek gebruikt om teken te verwijderen. Aarzel bij twijfel niet ons te contacteren. Ga de teek zeker niet verdoven of doden vooraleer u hem heeft verwijderd door er bv. alcohol op te doen. Door de schrikreactie zal de teek spuwen/braken waardoor het speeksel, met potentieel gevaarlijke ziekteverwekkers, in de wonde terecht zal komen.
  • Gebruik een anti-tekenmiddel (halsband, pipetten of een pil).

        

  • Vaccinatie: vaccineren tegen Lyme kan vanaf de leeftijd van 12 weken. Bij de eerste basisvaccinatie, enten we 2x met 3 weken tussentijd. De immuniteit vangt aan 7 weken na de eerste basisvaccinatie. Daarna dient er elk jaar gehervaccineerd te worden.

Het vaccin zorgt ervoor dat wanneer een teek bloed zuigt bij de hond, antistoffen mee worden opgezogen en de Borrelia-bacterie in de teek zelf wordt gedood. De bacterie wordt op die manier dus niet meer vrijgesteld in de bloedbaan van de gevaccineerde hond.

Let wel dat deze vaccinatie enkel de ziekte van Lyme voorkomt maar niet de aanhechting van de teek op je huisdier. Er kunnen dus nog degelijk teken te vinden zijn op de huid nadat er gevaccineerd is.

Via al deze tips kunnen we de ziekte van Lyme proberen te bestrijden.

 

 

Epilepsie bij de hond

Veel hondeneigenaren realiseren zich niet dat een hond ook epilepsie kan hebben, totdat hun eigen hond een aanval krijgt. Kennis over deze aandoening kan ervoor zorgen dat een epileptsiche aanval minder angstaanjagend is om mee te maken en dat u beter in staat bent om met deze aandoening om te gaan.

Wij geven wat meer informatie over deze aandoening:

Wat ziet u bij een hond met epilepsie:

  • Wat is een epileptische aanval
  • Wat kunt u verwachten vóór, tijdens en na een aanval

Oorzaken:

  • Soorten epilepsie
  • Welke honden lijden aan epilepsie
  • Wat veroorzaakt een epileptische aanval

Diagnose:

  • Hoe stelt uw dierenarts de diagnose en hoe kan hij/zij u daarbij helpen

Prognose:

  • De toekomst van een hond met epilepsie

 

Grofweg kunnen we epilepsie in twee soorten indelen: Primare (of idiopatische) epilepsie en secundaire (of symptomatische) epilepsie.

Primaire epilepsie

De meeste honden waarbij epilepsie wordt gediagnosticeerd lijden aan primaire epilepsie. Er is bij deze dus geen oorzaak te vinden van de aandoening. Over het algemeen zijn honden met primaire epilepsie verder gezond en daarom moeilijk te herkennen. De enige manier om erachter te komen dat deze honden epilepsie hebben is dit vragen aan de eigenaar of door daadwerkelijk een aanval bij de hond mee te maken. Helaas is er nog geen specifieke test beschikbaar waarmee primaire epilepsie is aan te tonen. Voordat de dierenarts de diagnose primaire epilepsie kan stellen, zullen er eerst een aantal testen moeten worden uitgevoerd om secundaire epilepsie uit te sluiten. Primaire epilepsie kan bij iedere hond voorkomen tussen een leeftijd van 6 maanden tot 4 jaar. Toch zijn er een aantal rassen waarbij deze aandoening het meest wordt waargenomen:

Secundaire epilepsie

Als er een oorzaak voor de aanvallen kan worden gevonden, dan spreekt men van secundaire epilepsie. Bij een bezoek aan uw dierenarts zullen enkele testen worden uitgevoerd om zo de onderliggende oorzaak vast te stellen. Enkele van deze oorzaken zijn:

  • Hoofdtrauma

  • Hersentumoren

  • Lever- of nierproblemen

  • Infecties

  • Opname van gifstoffen (b.v. insecticiden)

  • Lage bloedsuikerspiegel

Honden die lijden aan primaire epilepsie ogen gezond en gedragen zich normaal in de periodes tussen de aanvallen. Als uw dierenarts uw hond op dat moment onderzoekt, zal hij/zij hoogstwaarschijnlijk niets vinden.

Daarom is de informatie die u uw dierenarts geeft heel belangrijk. Een video-opname van uw hond tijdens een aanval, of een dagboek waarin u de aanvallen bijhoudt, kunnen uw dierenarts helpen.

DIAGNOSE VAN PRIMAIRE EPILEPSIE

De diagnose ‘primaire epilepsie’ wordt meestal gesteld door andere mogelijke oorzaken van de aanvallen uit te sluiten.

Na een lichamelijk onderzoek kan uw dierenarts aanvullende onderzoeken voorstellen om de gezondheidsstatus van uw hond goed in kaart te brengen. Een bloedonderzoek wordt dan ook vaak uitgevoerd. Hiermee kan de dierenarts bepalen of de lever- en nierfuncties normaal zijn en of er geen tekenen zijn van een te lage bloedsuikerspiegel of infecties. Het bloedonderzoek levert ook informatie op over enkele basiswaarden die nuttig kunnen zijn als er wordt gestart met een medicinale behandeling.

Andere onderzoeken die uw dierenarts kan adviseren zijn: een CT- of een MRI-scan van de hersenen, afname van spinale vloeistof waarbij de vloeistof rond de hersenen en het ruggemerg wordt onderzocht, of een EEG waarbij de hersenactiviteit wordt gemeten.

OVERLEG MET UW DIERENARTS

Het is heel onwaarschijnlijk dat uw hond een epileptische aanval krijgt waar uw dierenarts bij is. Daarom is het belangrijk dat u de aanval tot in detail kunt beschrijven. Voor uw dierenarts kan het zeer nuttig zijn dat u nauwkeurig een epilepsiedagboek bijhoudt.

Uw dierenarts wil het volgende weten:

  • Hoe lang duurt de aanval of de aanvallen?

  • Op welk moment van de dag vinden de aanvallen plaats?

  • Hoe gedraagt uw hond zich vóór en na de aanval?

  • Details van de aanval zelf. Het maken van een video-opname met bijvoorbeeld een smartphone kan erg nuttig zijn.

Epilepsie is een aandoening waar de hond levenslang aan vastzit. De hond is niet te ‘genezen’, maar het is dusdanig te behandelen dat u samen met uw hond nog een lang en gelukkig leven kunt leiden.

Maak samen met uw dierenarts epilepsie bij uw hond beheersbaar

Voor meer informatie kan u altijd terecht op de website: www.epilepsie-hond.be

Een pup koop je niet in een winkel

Het is eenzaam in mijn kooi, Ik droom van de zon, van het gras, ooit zag ik door het raam hoe mooi het echte leven was.

Ik ken geen knuffel of geen aai, voor mij geen nieuw begin. Ik zou graag je vriendje zijn, een deel van het gezin.

Wij huilen zacht en vragen: Wie er voor ons vechten zal? Voordat ik sterf wil ik slechts één ding: Ooit eens spelen met een bal.

Help mee de broodfok stoppen!! Wij geven alvast enkele tips!

  

Subcategorieën

Dr. Tom Frederix

Dr. Tom Frederix

Eventuele tekst.

Dr. Willem Coenen

Dr. Willem Coenen

Eventuele tekst.

Dr. Gerry Frans

Dr. Gerry Frans

Eventuele tekst.